Low quality sentence examples
Je huid is donkerder.
De poten moeten donkerder.
Sommige punten zijn donkerder.
Zijn vingers zijn nog donkerder.
Misschien nog 'n tint donkerder.
De een is altijd donkerder.
Hij is niet iets donkerder.
Hier is het bloed donkerder.
De mijne is iets donkerder.
M'n haar is donkerder grijs.
Andere bouw, donkerder haar.
Lichter of donkerder hier?
Morgen nog wat donkerder.
Morgen nog wat donkerder.
De areolae worden ook donkerder.
De Afrikaanse savanne wordt donkerder.
Deze is een beetje donkerder.
Daarom wil ik iets donkerder.
Langzaamaan donkerder en donkerder blauw.
De stenen zijn veel donkerder.