Low quality sentence examples
Er waren er tien.
Er waren er miljoenen.
Er waren er vier.
Er zijn er twee.
Er praten er twee.
Er waren er vier.
Er zijn er zeven.
Er zijn er drie.
Er zijn er vijf.
Er zijn er vijf.
Er zijn er 52.
Er waren er teveel.
Er zijn er twee.
Er zijn er acht.
Er zijn er geen.
Er zijn er vier.
Er zijn er veel.
Er zijn er 2.
Er waren er veel.
Er zijn er drie.