Low quality sentence examples
Onze gast heeft wat te zeggen.
Deze gast heeft mijn leven!
Die gast heeft der bang gemaakt.
Die gast heeft problemen.
Die gast heeft honden.
Deze gast heeft ballen.
Deze gast heeft borsthaar!
Die gast heeft lef.
De gast heeft levenslang.
Gast heeft een wapen.
Deze gast heeft geen wroeging.
Deze gast heeft een agenda.
Deze gast heeft geen botten.
Onze gast heeft ons bespioneerd.
M'n gast heeft dorst.
Die gast heeft mijn gezicht.
Deze gast heeft mijn familie.
Deze gast heeft misschien werk.
De gast heeft stijl.
Die gast heeft andere plannen.