Low quality sentence examples
Zij heeft problemen.
Billy heeft problemen.
Patrick heeft problemen.
Sally heeft problemen.
Jean heeft problemen.
Hij heeft problemen.
Iedereen heeft problemen.
Iedereen heeft problemen.
Hij heeft problemen.
Hij heeft problemen.
Ze heeft problemen.
Schatje heeft problemen.
Manfred heeft problemen.
Ze heeft problemen.
Ze heeft problemen.
Trina heeft problemen.
Iedereen heeft problemen.
Melissa heeft problemen.
Hij heeft problemen.
Henry heeft problemen.