Low quality sentence examples
Jij moet het ballet bekijken.
Ga vanavond naar het ballet.
Het ballet, alstublieft. Het ballet!
M'n kaartjes voor het ballet.
Mis je bij het ballet.
Ze volgen het ballet niet.
Ik was bij het ballet.
Wij gaan naar het ballet.
Georges schrijft voor het ballet.
Je houdt van het ballet.
Ik beschermde het ballet.
Kaarten voor het ballet vanavond.
Investituren, het ballet.
Ze zijn bij het ballet.
Catering. Bij het ballet.
Ik wil naar het ballet.
Het ballet, nu, graag Het ballet.
Catering. Bij het ballet.
De schrijver van het ballet.
Het ballet duurde één uur.