Low quality sentence examples
De jongen heeft potentie.
Die jongen heeft talent.
Die jongen heeft buikpijn.
De jongen heeft talent.
Die jongen heeft talent!
Die jongen heeft potentie.
Die jongen heeft pit.
De jongen heeft tegengesparteld.
Die jongen heeft pit.
Die jongen heeft stijl.
De jongen heeft longontsteking.
Die jongen heeft syfilis!
De jongen heeft iets.
Jongen heeft geheugenverlies.
Jongen heeft gesproken.
De jongen heeft.
De jongen heeft talent!
Die jongen heeft talent.
Jongen heeft potentie.
De jongen heeft instructies.