Low quality sentence examples
Wat? De klant heeft gelijk?
Elke klant heeft andere behoeften.
Elke klant heeft een andere behoefte.
Iedere klant heeft daarbij andere behoeften.
De klant heeft 70 man personeel.
De klant heeft hem.
De klant heeft niets gedaan.
Onze Belgische klant heeft bedenkingen.
Een klant heeft gebeld.
De klant heeft ze ontdekt.
Mijn klant heeft diepe zakken.
Deze klant heeft geen voicemail.
Maar je klant heeft bezwaar.
Onze Belgische klant heeft twijfels.
Elke klant heeft zijn eigen bezorgdheden.
De klant heeft altijd gelijk.
Een klant heeft grote brandschade.
De klant heeft het geld.
Uw klant heeft voorlopig veel rechten.
Elke zakelijke klant heeft andere behoeften.