Low quality sentence examples
Het lichaam heeft ook drie kenmerken.
Dit lichaam heeft altijd al geleefd.
Het fysieke lichaam heeft een hart.
Ons lichaam heeft twee soorten zweetklieren.
Dit lichaam heeft herinneringssporen.
Haar lichaam heeft tijd.
En elk lichaam heeft pijntjes.
Elk lichaam heeft een immuunsysteem.
Het lichaam heeft dubbele lijkkleur.
Dit nieuwe lichaam heeft ritmegevoel.
Zijn lichaam heeft veel kneuzingen.
Je lichaam heeft veel doorstaan.
Je lichaam heeft een mechanisme.
Je lichaam heeft teveel nicotinezuur.
Dit lichaam heeft ontbijt gemaakt.
Dit lichaam heeft sporen van herinneringen.
Het lichaam heeft altijd gelijk.
Mijn lichaam heeft het melabotulisme van.
Het lichaam heeft duizend aanwijzingen.
Je lichaam heeft energie op voorraad.