Low quality sentence examples
Mark heeft charisma.
Mark heeft persoonsveranderingen.
Mark heeft een blokkade.
Mark heeft kinderen?
Mark heeft een brancard.
Mark heeft een hartziekte.
Mark heeft alles geregeld.
Mark heeft grond ontdekt.
Mark heeft modder ontdekt.
Mark heeft een lastig district.
Mark heeft een punt.
Mark heeft een degeneratieve hartaandoening.
Mark heeft dit niet gedaan.
Mark heeft wat onderzoek gedaan.
Mark heeft voor jou gewerkt?
Mark heeft verwondingen op z'n borst.
Mark heeft een degeneratieve hart aandoening.
Wacht. Mark heeft kinderen?
Mark heeft Jack's Action Men gestolen.
Mark heeft nog geen borden gemaakt.