Low quality sentence examples
Z'n oom heeft hem overgehaald.
Mijn oom heeft hypothyroidisme.
Mijn oom heeft hypothyroidisme.
Mijn oom heeft Alzheimer.
Mijn oom heeft Skype.
Mijn oom heeft suikerziekte.
Liams oom heeft connecties.
Mijn oom heeft de plek.
Mijn oom heeft 1 regel.
Eén oom heeft zeven kinderen.
Mijn oom heeft een zwembad.
M'n oom heeft een grammofoon.
M'n oom heeft alleen dochters.
Mijn oom heeft er een.
Je oom heeft problemen nu.
Mijn oom heeft twee linkerbenen.
Mijn oom heeft een boot.
Mijn oom heeft het verboden.
Vuk's oom heeft een pizzeria.
Mijn oom heeft vier kinderen.