Low quality sentence examples
Een plan heeft.
Mijn plan heeft gefaald.
Ons plan heeft gewerkt.
Mijn plan heeft gewerkt.
Ons plan heeft gewerkt.
Ons plan heeft perfect gewerkt!
Dat Hij een plan heeft.
Maar het plan heeft gewerkt.
Tenzij hij een plan heeft.
Dat God een plan heeft.
Tenzij hij een plan heeft.
Als ze een plan heeft.
Je plan heeft niets opgeleverd.
Dus mijn plan heeft perfect gewerkt.
Mijn plan heeft zelfs een naam.
Mijn Plan heeft een vastgestelde tijd.
Planners het stedenbouwkundig plan heeft gemaakt.