Low quality sentence examples
Probeer je iemand te imponeren?
Jij bent ook makkelijk te imponeren.
Hij probeert je echt te imponeren.
Enge eigenschap om te imponeren.
Probeer je mij te imponeren?
Je hoeft me niet te imponeren.
Ik hoef niemand te imponeren.
Iets om de hoertjes te imponeren.
De Autarch hoeft niet te imponeren.
Het krachtigste medium om te imponeren.
Ik probeerde jou gewoon te imponeren.
Waarschijnlijk om mijn vader te imponeren.
En om Miss Dawes te imponeren.
Iets om het bestuur te imponeren.
Ik probeer mijn date te imponeren.
Je hoeft mij niet te imponeren.
Je hoeft me niet te imponeren.
Hij probeerde altijd om jou te imponeren.
Ik probeerde je nog steeds te imponeren.
Mannetje probeert het vrouwtje te imponeren.