Low quality sentence examples
Thomas heeft Stuffy.
Thomas heeft gekookt.
Thomas heeft zichzelf opgehangen.
Thomas heeft zulke ideeën.
Thomas heeft een gezicht.
Thomas heeft zich opgehangen.
Thomas heeft de staven.
Broeder Thomas heeft een oplossing.
Volgens Thomas heeft Cork schulden.
Thomas heeft de ceremonie bedacht.
Thomas heeft alle videobeelden gewist.
Thomas heeft alle camerabeelden gewist.
Thomas heeft een mooie toekomst.
Thomas heeft voor eten gezorgd.
Thomas heeft hem. Fabian Ayala.
Thomas heeft veel over je verteld.
Mijn zoon Thomas heeft het Tourettesyndroom.
Thomas heeft zijn polsen doorgesneden?
Thomas heeft ons de sleutel gegeven.
Onze synth-broer Thomas heeft ons verlaten.