"Behauptete , er" wordt niet gevonden op TREX in Duits-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Duits Te Zoeken (Behauptete , er)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

Sie hatte einen süßen kleinen Jungen dabei… und behauptete, er sei von Jack.
En ze had een allerschattigst klein jongetje bij haar. Ze claimde dat hij van Jack was.
Ein Kompass. Rheticus behauptete, er besitze einen, aber niemand hat ihn je gesehen.
Rheticus beweerde dat hij het had, maar niemand heeft het ooit gezien. Een kompas.
Wenn ich behauptete, er sei mein Liebhaber?- Und was würden Sie sagen,?
En wat zeg je… als ik zeg dat hij mijn geliefde is?
Er führte Selbstgespräche, war stinksauer, aber er behauptete, er hätte mit dem Teufel gesprochen.
Je zag hem in zichzelf praten, maar hij zei dat hij met de duivel sprak.
Im Dienste der Königin ausgeübt. Der MI6 behauptete, er habe den Mord an Rowan.
MI6 verzon dat hij Rowan doodde in dienst van de koningin.
Und es war nur eine Fehlzündung. Er behauptete, er hatte nicht mal eine Waffe.
Maar hij beweerde dat hij zelfs geen pistool had.
Ruskov behauptete, er habe jemanden oder etwas auf seinem Schiff, das ihm beim Impfstoff hilft.
Ruskov suggereerde dat hij iemand of iets op zijn schip had… om hem te helpen het vaccin te maken.
Im Dienste der Königin ausgeübt. Der MI6 behauptete, er habe den Mord an Rowan.
MI6 draaide een verhaal voor hem in elkaar, zeiden dat toen hij Rowan vermoordde hij handelde in dienst van de koningin.
Priester Hilkija plötzlich behauptete, er habe eine Kopie des gefundenen.
Priester Hilkia plotseling beweerde dat hij een kopie van het gevonden had.
zugehörige Jesus und behauptete, er war sein Sohn.
bijbehorende Jezus, beweren dat hij zijn zoon was.
Er behauptete, er suche nach ihm..
Hij beweerde dat hij naar hem op zoek was.
Er behauptete, er sei mein Vater.
Hij zei dat hij mijn vader was.
Er behauptete, er suche nach ihm..
Hij zei dat hij Daniel zocht.
Er behauptete, er könne nicht mehr laufen.
Hij zei dat ie niet kon lopen.
Er behauptete, er könne nicht mehr laufen.
Hij beweerde dat hij niet lopen kon.
Er behauptete, er wäre auf Seifenresten ausgerutscht.
Maar hij liegt dat hij barst.
Er behauptete, er hatte Kontakt zu Toten.
Hij zei dat hij met de doden kon praten.
Jan behauptete, er käme allein zurecht.
Katherine zegt dat ze hem wel alleen aankan.
Mister Joseph behauptete, er habe dich getötet.
Meneer Joseph vertelde ons, dat hij jou gedood had.
Er behauptete, er hatte eine Vision von Ihr.
Hij zei dat hij een visioen had van haar.