"Bobbi" wordt niet gevonden op TREX in Duits-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Duits Te Zoeken (Bobbi)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

Ich werde mit Bobbi reden.
Ik zal met Bobbi praten.
Würdest du mit Bobbi arbeiten?
Zou je met Bobbi samenwerken?
Kennst du meine Freundin Bobbi?
Ken je mijn vriend Bobbi?
Gib mir das Baby. Bobbi.
Bobbi, geef me de baby.
Bobbi, möchten Sie fliegen?
Bobbi, wil je vliegen?
Viel Glück zum Geburtstag, Bobbi.
Gelukkige verjaardag, Bobby!
Bobbi Ulf, technischer Support.
Bobbi Ulf, technische staf.
Hat Bobbi meine Nachricht erhalten?
Heeft Bobbi m'n boodschappen gekregen?
Bobbi und May, wir wurden hereingelegt.
Bobbi en May, we worden erin geluisd.
Ich werde dich finden, Bobbi.
Ik ga je vinden, Bobbi.
Wo sind Hunter und Bobbi?
Waar zijn Hunter en Bobbi?
Bobbi ist eine unserer besten Agentinnen.
Bobbi is één van onze beste agenten.
Mach die Augen auf, Bobbi.
Doe je ogen open, Bobbi.
Habt ihr Bobbi gesehen?
Heb je Bobby of Patrick gezien?
Sie haben den Agent gehört, Bobbi.
Je hebt de agent gehoord, Bobbi.
Ok, Bobbi, Sie können gehen.
Oké, Bobbi, je kunt gaan.
Bobbi hat dir das im Flur gesagt.
Bobbi zei het in de gang.
Das hatte Bobbi dir zugedacht.
Bobbi wilde je dit geven.
Bobbi, hast du die Tücher?
Bobbi, heb je de handdoek?
Hunter und Bobbi waren weg.
Hunter en Bobbi waren verdwenen.