"Fünf wochen" wordt niet gevonden op TREX in Duits-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Duits Te Zoeken (Fünf wochen)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

Fünf Wochen. Eine Woche.
Vijf weken. Een week.
Es ging fünf Wochen.
Het heeft vijf weken geduurd.
Wir haben fünf Wochen?
We hebben vijf weken.
Fünf Wochen… kein Wort.
Geen woord. Vijf weken.
Fünf Wochen. Eine Woche.
Een week. Vijf weken.
Kam vor fünf Wochen raus.
Is vijf weken geleden vrijgekomen.
Keine Synästhesie seit fünf Wochen.
Al vijf weken geen synesthesie.
Vor vier bis fünf Wochen.
Vier, vijf weken geleden.
Fünf Wochen später starb er.
Vijf weken later was hij dood.
Fünf Wochen vor acht Jahren.
Vijf weken, acht jaar geleden.
Leider fünf Wochen zu früh.
Het is vijf weken te vroeg.
Der erste in fünf Wochen.
De eerste is over vijf weken.
Das sind fünf Wochen.
Dat wordt vijf weken.
Es sind höchstens fünf Wochen.
Het zijn maximaal maar vijf weken.
Aber nein, fünf Wochen.
Maar je wachtte vijf weken.
Vor fünf Wochen oder so.
Een week of vijf geleden.
Das ist fünf Wochen her.
Vijf weken geleden.
Es sind höchstens fünf Wochen.
Het is hooguit voor 5 weken.
Es sind erst fünf Wochen.
Het zijn nu vijf weken!
Ist jetzt fünf Wochen her.
Vijf weken geleden.