"Ferkel" wordt niet gevonden op TREX in Duits-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Duits Te Zoeken (Ferkel)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

Da brutzelt unser Ferkel.
Dat is onze big aan het spit.
Wie geht's dem Ferkel?
Hoe gaat het met het varkentje?
Fang auf, Ferkel!
Vangen, Knorretje.
Sie schmeckt nach Ferkel.
Het smaakt naar zeug.
Ja doch, Ferkel.
Ja hoor, Knorretje.
Ferkel, ich bin's nur.
Knorretje, ik ben het gewoon.
Die Ferkel sind weg.
De biggen zijn dood.
Ferkel haben zartes Fleisch.
Puppies hebben zacht vlees.
Gib auf, Ferkel.
Geef het op, piggy.
Sie wird Ferkel sein.
Zij speelt Knorretje.
Ferkel, ich bin's nur.
Piglet, ik ben het.
Ferkel ist ein schlaues Kerlchen.
Knorretje is heel slim.
Vertrau mir Ferkel.
Blijf bij me, Knorretje.
Ferkel, ich bin's.
Knorretje, ik ben het gewoon.
Die sind billiger als Ferkel.
Ze zijn goedkoper dan biggetjes.
Ich bin ein Ferkel.
Ik ben geen propere eter.
Ach wie süß, Ferkel.
Is dat niet schattig, Knorretje?
Dein Baby ist ein Ferkel.
Je baby is een varken.
Ich habe Ferkel vom Mossbauer gekauft.
Ik heb biggen gekregen van Mossbauer.
Handarbeit häkeln Pot Inhaber Ferkel.
Handgemaakte haak pot houders biggen.