"Hachi" wordt niet gevonden op TREX in Duits-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Duits Te Zoeken
(
Hachi)
Wat is er, Hachi?!Hachi, komm. Du wohnst jetzt bei uns.
Je bent nu bij ons. Kom, Hachi.
Kom op, makker. Hachi!
Daar ben je Hachi.
Kom, Hachi, vooruit.Wo steckst du denn? Hachi?
Hachi? Waar zit je?Hachi, wir machen jetzt Folgendes.
Oké… Hachi, Dit gaan we doen, Hachi..Wo hat Opa Hachi eigentlich gefunden?
Waar vond opa Hachi?
Oké Hachi, kom op!Hachi, komm sofort wieder her!
Hachi, kom terug!
Hé, jongen. Hachi!
Niet doen!- Hachi!= Senpai!
Als ze ontslag neemt… Hachi!Was machst du denn hier? Hachi!
Wat doe jij hier?? Hachi!Hachi! Nein, nein, den Ball.
Hachi, nee, ga de bal halen.
Hachi! Kom op, jongen!Cate? Hast du Hachi gesehen?
Kate, heb jij Hachi gezien?Genau genommen hat Hachi deinen Opa gefunden.
Eigenlijk vond Hachi je grootvader.Hachi! Das ist ganz toll, Jake!
Hachi! Dat is geweldig, Jake!Und deshalb wird Hachi immer mein Held bleiben.
Daarom is Hachi voor altijd m'n held.
Deutsch
English
Český
Dansk
Español
Français
Hrvatski
Italiano
Polski
Русский
Svenska
Turkce
عربى
Български
বাংলা
Ελληνικά
Suomi
עִברִית
हिंदी
Magyar
Bahasa indonesia
日本語
Қазақ
한국어
മലയാളം
मराठी
Bahasa malay
Norsk
Português
Română
Slovenský
Slovenski
Српски
தமிழ்
తెలుగు
ไทย
Tagalog
Українська
اردو
Tiếng việt
中文