"Verspreche , dass wir" wordt niet gevonden op TREX in Duits-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Duits Te Zoeken (Verspreche , dass wir)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

Hey. Dora. Ich verspreche, dass wir die Dinge anders machen werden.
Dora. Ik beloof je dat we vanaf nu dingen anders doen. Hé.
Ich verspreche, dass wir keinen Spaß haben werden,
Ik beloof dat wij geen plezier maken
Ich verspreche, dass wir Ihnen nicht weh tun. Das ist ein Irrtum.
We beloven dat je niks overkomt. Dit is 'n fout.
Ich verspreche, dass wir Sie über alle zukünftigen Entwicklungen auf dem Laufenden halten werden.
Ik beloof dat we u op de hoogte houden van alle toekomstige ontwikkelingen.
Ich verspreche, dass wir für die großen Momente immer da sein werden. Versprecht es.
We zullen er altijd zijn voor de grootse momenten. Dat beloof ik.
Aber ich verspreche, dass wir alles unternehmen, um… Ich warte auf den Tod nicht in einem Krankenhausbett.
Maar ik beloof je dat we alles doen om… Ik ga hier niet wachten tot ik dood ben.
Wenn du mit zur Versammlung kommst? Und wenn ich dir verspreche, dass wir uns später nackt befassen.
Ik beloof je straks naakt betrokken te zijn… als jij nu meegaat naar die bijeenkomst.
Aber ich verspreche, dass wir es unser Zuhause machen werden. Ich weiß nicht wie nahe es an deinen Träumen ist.
Ik weet niet hoe dicht het bij je dromen komt, maar ik beloof dat we het laten voelen als thuis.
Ich verspreche, dass wir für diese Dinge sorgen werden.
Ik beloof dat we dat allemaal ter beschikking stellen…
mein zukünftiger Ehemann, auf dass wir einander lieben, und verspreche, dass wir gemeinsam in geistiger
m'n aanstaande man. Mogen we elkaar liefhebben en beloven dat we samen mentaal
Versprich, dass wir ausgeraubt werden.
Beloof me dat we vaak beroofd worden.
Du hast versprochen, dass wir.
Je had beloofd dat we naar huis konden.
Sie hat versprochen, dass wir.
Ze heeft beloofd dat we die boom mogen meenemen.
Du hast versprochen, dass wir feiern.
Je beloofde dat we het zouden vieren.
Versprich, dass wir zusammen sein werden.
Beloof me dat we bij elkaar zullen zijn.
Versprich, dass wir uns nie anlügen?
Beloof je dat we nooit tegen elkaar zullen liegen?
Ich versprach, dass wir darüber reden.
Ik beloof je dat we hierover praten.
Du hast versprochen, dass wir reden.
Je had beloofd dat we zouden praten.
Ich versprach, dass wir sie besuchen.
Ik heb beloofd dat we haar opzoeken.
Du hast versprochen, dass wir weggehen.
Je beloofde dat we samen weg zouden gaan.