"Son chien" wordt niet gevonden op TREX in Frans-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Frans Te Zoeken (Son chien)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

On a écrasé son chien.
Wat is dat? Zijn hond.
J'étais comme son chien.
Ik was zijn hond.
Mike a appelé son chien Spike.
Mike heeft zijn hond Spike genoemd.
C'était son chien, Marius.
Het was haar hond, Marius.
Son chien, eux manger aussi.
Zijn hondje, ook opeten.
A failli tomber sur son chien.
Viel bijna op z'n hond.
Je le fais pour son chien.
Ik doe 't voor zijn hond.
Celui qui parle à son chien.
Die praat tegen zijn hond.
Une dame qui promenait son chien.
Een vrouw die haar hond uitliet.
T'es pas son chien.
Je bent niet zijn schoothondje.
Ou emmène son chien à Belize?
Of neemt zijn hond mee naar Belize?
Barbie et son chien mignon.
Barbie en haar schattige hond.
Une petite fille et son chien.
Over een meisje en haar hond.
Son chien.
Haar hond.
Pour son chien?
Voor haar hond?
Hercules. Son chien.
Hercules, haar hond.
Et son chien.
En hond.
Vincent est son chien.
Vincent is haar hond.
Et son chien?
En die hond van hem?
Et son chien?
En zijn hond?