"Son oncle" wordt niet gevonden op TREX in Frans-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Frans Te Zoeken (Son oncle)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

T'as dit son oncle.
Je zei haar oom.
Je suis son oncle.
Ik ben de oom van Martin.
Son oncle a été acquitté.
Haar oom werd vrijgesproken.
C'est son oncle!
Dat is zijn oom.
Son oncle est procureur.
Haar oom is een advocaat.
Le maire est son oncle.
De burgemeester was haar oom.
Oui… Son oncle Joe.
Ja, zijn oom Joe.
Son oncle nous a contactés.
De oom heeft contact met ons opgenomen.
Son oncle l'a trouvé.
Zijn oom heeft hem gevonden.
Tu es son oncle?
Ben jij zijn oom?
C'est peut-être son oncle.
Wellicht is het z'n oom.
Sa mère et son oncle.
De moeder en oom.
Voir… voir son oncle.
Naar zijn oom toe.
Cruz va tuer son oncle.
Cruz gaat zijn oom vermoorden.
Mais je suis son oncle.
Maar ik ben z'n oom.
Elle m'appellait son oncle.
Ze noemde mij vroeger oom.
Il vient voir son oncle.
Hij bezoekt zijn oom.
Son oncle la réclame.
Haar oom wil haar terug.
Tom vit actuellement avec son oncle.
Tom woont momenteel met zijn nonkel.
Et vous êtes son oncle.
U bent de oom van luitenant Nolan?