"Suis bon" wordt niet gevonden op TREX in Frans-Nederlands richting
Probeer In Nederlands-Frans Te Zoeken (Suis bon)

Voorbeelden van lage kwaliteit zin

Je suis bon pour ça.
Ik ben hier goed in.
Je suis bon à ça.
Ik ben gewoon goed.
Je suis bon à ça.
Maar ik ben er beter door geworden.
Putain, je suis bon!
Wat ben ik goed.
Je suis bon en maths.
Ik ben goed met getallen.
Je suis bon, non?
Ik ben goed, nietwaar?
Désolé, je suis bon.
Sorry, maar ik ben gewoon zo goed.
Ouais, mais je suis bon.
Ja, maar ik ben goed.
Je suis bon avec les enfants.
Ik ben goed met kinderen.
Je suis bon à ça!
Daar ben ik goed in!
Je suis bon dans mon boulot.
Ik ben goed in m'n baan.
Je suis bon ou méchant?
Ben ik goed of slecht?
Je sais que je suis bon.
Ik weet dat ik goed ben.
Mais je suis bon… Donc.
Maar ik ben goed, dus.
Je suis bon à l'épée.
Ik ben goed met een zwaard.
Je suis bon ou pas?
Ben ik goed of niet?
Je suis bon dans mon travail.
Ik ben goed in mijn werk.
Je suis bon avec mes mains.
Ik ben goed met mijn handen.
Je suis bon quand vous profiter.
Ik ben goed wanneer u profiteren van.
Je suis bon à lire cela.
Ik ben goed in het lezen van dat.