Voorbeelden van het gebruik van Breng jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Breng jij ze weg?- Maak het af!
Mama. Breng jij me morgen naar dansles?
En dan breng jij hem naar de tandarts.
Doris, breng jij de brigadier?
Breng jij ze?
Breng jij dit even daar naartoe.
Waarom breng jij me altijd in een lastig parket, Caleb?
Breng jij me naar voetballen?
Breng jij Charlie even naar de logeerkamer, Ruby? Natuurlijk.
Breng jij het schip in balans.
Breng jij ze naar bed?
Breng jij ons weg?
Breng jij Mima naar huis, wil je?
Breng jij ze maar naar Delhi.
Breng jij deze naar boven?
Breng jij je mama naar het stadhuis?
Breng jij Gemma naar huis.
Oké, breng jij Iván dan naar kleuterschool.
Breng jij hem naar het ziekenhuis?
Pap, breng jij me? Goeiemorgen?