Voorbeelden van het gebruik van Jij het ook in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ja, als jij het ook wilt?
Vond jij het ook een vergissing?
Nu weet jij het ook.
Als jij het ook doet!
Ik weet dat jij het ook zag.
Weet jij het ook?
Speel jij het ook?
Weet jij het ook?
Ik denk dat jij het ook zal zijn.
Heb jij het ook zo ervaren?
Wil jij het ook soms?
Vind jij het ook goed?
Voel jij het ook?
Heb jij het ook gezien?
Gelukkig lust jij het ook.
Niet te geloven dat jij het ook hebt gemerkt.
Omdat jij het ook niet goed deed.
Voel jij het ook?
Voel jij het ook daar?
En jij? Vind jij het ook lekker?