Voorbeelden van het gebruik van Uitgaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wil je met me uitgaan, Song-i?
Niet meteen van het ergste uitgaan.
We kunnen ervan uitgaan dat het dat wel is.
We moeten een keer uitgaan.
Ik mag niet uitgaan met patiënten.
Daar moet ik van uitgaan.
Ik bedoel, ja ik zal met je uitgaan.
Als jullie uitgaan, bestelt ze dan van het kindermenu?
Van aannames uitgaan, is geen wetenschap.
We moeten 'n keer met z'n vieren uitgaan.
Alsof we met dezelfde vrouw uitgaan.
Ik ben blij dat we eindelijk uitgaan, Ellen.
Daar moet ik van uitgaan.
Zodra die lichten uitgaan, druk je op die knop.
In plaats van uitgaan, blijven ze thuis en hebben ze continu geslachtsgemeenschap.
Betekent'uitgaan' gemeenschap hebben?
Ik denk dat we met andere mensen moeten uitgaan.
Nee, waarom zou hij met iemand uitgaan?
Vanavond kan ik niet met je uitgaan.
Ik zou nergens van uitgaan.