Voorbeelden van het gebruik van Het zondag in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ook in 1777 probeerde hij voor het berekenen van de kans dat het zondag zou blijven stijgen, na er een stijging waargenomen, n= aantal dagen in een rij,
We vinden het zo lekker dat we het zondags zelfs twee keer drinken.
Waarom zei niemand dat 't zondag is?
Dat betekent dat 't zondag is.
En is het zondags leuk in Amerika?
Misschien is het zondag.
Vandaag is het zondag.
Bovendien is het zondag.
Gisteren was het zondag.
Ik doe het zondag.
Morgen is het zondag.
Gisteren was het zondag.
Vandaag is het zondag.
Dan is het zondag.
Dan is het zondag.
Dan is het zondag.
Vandaag is het zondag.
Ik wil het zondag hebben.
Pastoor, morgen is het zondag.
Weet iemand wat het zondag is?