Voorbeelden van het gebruik van Josafat in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Ecclesiastic
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Josafat, de zoon van Asa,
zijn kanselier was Josafat, de zoon van Ahilud.
Maar aan het eind van zijn leven sloot koning Josafat van Juda een bondgenootschap met koning Ahazia van Israël, een zeer goddeloze man.
Josafat was 35 jaar toen hij de troon besteeg en regeerde 25 jaar vanuit Jeruzalem.
Daarna werd zijn zoon Josafat in zijn plaats koning van Juda.
Achabs zoon Joram kwam in Israël aan de regering in het achttiende regeringsjaar van koning Josafat van Juda.
Vooraan rechts zag ik paus Pius XII en de H. Josafat.
Alzo was het koninkrijk van Josafat stil; en zijn God gaf hem rust rondom henen.
Alzo maakte Jehu, de zoon van Josafat, den zoon van Nimsi,
Josafat was vijfendertig jaar oud, toen hij koning werd
Alzo nam Josafat toe, en werd ten hoogste groot;
En de HEERE was met Josafat; want hij wandelde in de vorige wegen zijns vaders Davids,
Toen sprak de koning van Israël tot Josafat: Heb ik u niet gezegd,
die rondom Juda waren, dat zij niet krijgden tegen Josafat.
Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd:
Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goed, maar kwaads profeteren?
Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goeds, maar kwaad profeteren?
zij keerden zich naar hem, om testrijden; maar Josafat riep uit.
En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb,
En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb, zal ik in den strijd komen;