Examples of using Abner in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Abner had spijt dat ie me de hele wereld over sleepte.
Abner heeft het eerste serieuze onderzoek naar Tanis verricht.
Abner heeft jarenlang gewerkt in combinatorische, functionele analyse.
Abner kwam voor een Kirtland-meisje.
Ik heb je lievelingsgerecht mee, Abner.
Je zal wel moeten, Abner.
Dat is mijn zoon, Abner.
Laat hem binnenkomen, Abner.
God weet dat ik van je hield, Abner.
Ik heb hem gedood, Abner.
Ik zal haar graag nemen, Abner.
Gelukkig zijn staat haar goed, Abner.
Abner Newsome kreeg een nieuw hart.
Dan laat David Abner vertrekken en hij gaat in vrede.
Nu! Abner is neergeschoten.
Abner, Nelson. Hij gaat 'n wereldrecord vestigen.
Leeft Abner Newsome nog?
Het spijt me, maar Abner voelt zich erg ziek.
Waarom was Jonathans reactie op David zo anders dan die van Abner?
Deze man was een gelovige en kortgeleden door de medewerkers van Abner gedoopt.