Examples of using Acrobaat in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat ik geen acrobaat zal worden. Maar ik weet.
Sinds Jorga zeven jaar is, wil ze acrobaat worden.
Hij wilde acrobaat worden.
Ik ben geen acrobaat.
Een circus nam hem als acrobaat in dienst.
Ik was een goede acrobaat.
Net een acrobaat.
Haar vader werkt als acrobaat bij het circus.
Denk je dat ik een acrobaat ben?
Springen, als een acrobaat.
Springen, als een acrobaat.
Ze fantaseert hoe het zou zijn om danser, acrobaat of turnster te zijn.
Ik word acrobaat als ik groot ben.
T'Challa is een goed getraind acrobaat, en ervaren in de Afrikaanse vechtsporten.
Ik weet het nog omdat hij daarna acrobaat wou worden.
Dan word ik weer acrobaat.
Dan word ik weer acrobaat.
Waarom sloot hij het venster niet toen hij vertrok? Onze acrobaat.
Ben je acrobaat?
Wordt Mikael later ook acrobaat?