Examples of using Aibileen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ja, mevrouw. Aibileen?
Aibileen?- Ja, mevrouw.
Aibileen?- Ja, mevrouw?
Aibileen, je moet nu gaan.
Dat klopt toch, Aibileen?
Minny en Aibileen hebben dat al gedaan.
Aibileen, de bridgeclub is er.
Aibileen ga naar Mae Mobley kijken.
Aibileen, Mae Mobley ligt te huilen.
Aibileen, we moeten Hilly gaan helpen.
Aibileen, kun je even hier komen?
Ik wilde dat nog opeten, Aibileen.
Maak een sandwich voor me, Aibileen. Prima.
Maak een sandwich voor me, Aibileen. Prima.
En dat Miss Myrna-gedoe wordt niets met Aibileen.
Fijn zo'n eigen toilet, hè, Aibileen?
Aibileen, we moeten nu Hilly gaan helpen.
Aibileen, de zwarte hulp van Skeeters beste vriendin.
Hallo? Aibileen, dit keer heb ik het gedaan.