Examples of using Annabelle in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Annabelle groeide op tot een mooi jong meisje.
Annabelle is weg.
Annabelle had het moeilijk om eten en onderdak te vinden.
Heeft Annabelle hem ooit weer gezien?
Annabelle is misselijk,
Mag Annabelle buiten komen spelen? Wie?
Mag Annabelle buiten komen spelen? Wie?
Annabelle stuurt ze elke vrijdag een telegram.
Annabelle kwam meteen naar buiten
Annabelle stuurt ze een telegram elke vrijdag.
Annabelle was een jonge ondernemer uit Colchester.
Annabelle stuurt elke vrijdag een telegram.
Weet je nog, die zuster uit Da Nang? Annabelle.
Ontdek Annabelle, een bijzonder goedkoop oefenhoofd,
Annabelle, we doen alles wat we kunnen.
Dankjewel Annabelle voor je efficiënte behandeling!
Annabelle en Miss Bradley zijn er niet.
Annabelle en Miss Bradley zijn er niet.
Ik wil Annabelle en je zus gedag zeggen.
Annabelle. Amy, toch?