Examples of using Aram in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Aram, wat is er?-Help me?
Aram, hij heeft me leren smsen.
Aram, het manifest.
Aram vertelde me dat je een overplaatsing hebt aangevraagd.
Aram heeft een tip over Keen.
We moeten Aram zo snel mogelijk die bestanden geven.
Aram heeft het busje in zicht.
Aram is aardig.
Ik heet Aram. Agnes.
Aram is aardig.
Aram, de passagierslijst.
Heb je Aram al gebeld?
Aram. Hij leerde me een sms te versturen.
Laat Aram de antecedenten natrekken van iedereen die daar binnengaat.
Laat Aram de antecedenten natrekken van iedereen die daar binnengaat.
Ik ben een vriendin van Aram… Elise. Hallo.
Ik ben een vriendin van Aram.
Ik ben een vriendin van Aram… Elise. Hallo.
Ik moet Aram spreken.
Aram heeft veel optredens gegeven in Azië,