Examples of using Basiscursus in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Voor wie een intensieve basiscursus Frans wil volgen.
Hout werkt Basiscursus Timmerwerk.
Iemand moet hen een basiscursus in computerbeveiliging geven.
Meld je aan voor de online basiscursus.
Theorie: gebaseerd op het officiële cursusboek basiscursus KNX.
Met een beeldverwerkende sensor productiekwaliteit in drie stappen garanderen. Basiscursus.
De Basiscursus is open voor iedereen.
De cursus voor gevorderden is open voor iedereen die de basiscursus heeft bezocht.
De reis eindigt niet met de basiscursus!
Ik wilde je vertellen hoe geweldig de basiscursus voor mij was.
De kosten voor de éénjarige basiscursus bedragen: € 240,-.
De website Basiscursus Programmeren slaat geen persoonsgebonden informatie van de gebruikers op.
De beginners basiscursus(A0>A1) van Taalthuis is heel geschikt voor au pairs.
Deze online basiscursus zorgt ervoor dat uw medewerkers.
De Basiscursus 2- App is bestemd voor cursisten die.
MBSR is de basiscursus voor ieder die gezonder met stress wil leren omgaan.
Niet-Friestaligen kunnen een intensieve basiscursus Fries volgen voordat ze aan de studie beginnen.
Tijdens deze basiscursus leert de deelnemer.
Basiscursus Dual Aktivierung met specifieke correctie-oefeningen voor het betreffende paard.
Wij organiseren een basiscursus Nederlands voor de kandidaat na de plaatsing;