Examples of using Beano in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Beano is er geweest.
Jij eikel, Beano!
Telefoon voor je, Beano!
Hoor je dat, Beano?
Beano schoot te vroeg.
Soms noemen ze hem Beano Baggot?
Ik ben klaar voor jou, Beano!
Ik vraag Beano om wat geld over te maken.
In geval van het winnen, riepen ze„beano“.
Beano lette alleen op z'n doel
Beano is al dood,
Hoe heeft Scar een ervaren piloot als Beano kunnen uitschakelen?
We binden een touw aan de tralies, dan kan Beano eruit klimmen.
Het zou fijn zijn als ik mezelf boven Beano uit kon horen.
Reilly, Beano… Op BB, Jo-Jo… Dipper, Flattop… Chuckles.
Beano wilde dat ik het op zondag zou stelen, alles in een dag?
In 1920 het spel kwam naar Noord Amerika en werd"beano" genoemd.
Als Beano niet zo gefixeerd was op zijn doel had hij dat gezien.
Reilly, Beano… Op BB,
Reilly, Beano… Op BB,