Examples of using Borz in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Waar is Borz nu?
Nog iets over Borz?
Misschien merkte Borz dat ook.
Zijn naam is Borz Doedajev.
Waar gaat dit om?-Borz.
Borz heeft een interne bloeding.
Borz? Wat moet dit?
Borz? Wat moet dit?
Interne FSB bestanden over Borz Altan.
Waar gaat dit om?-Borz.
Waar is Max? Hoi, Borz.
Borz, melden. Borz? .
Borz Altan, een Amerikaan uit de Krim.
Hoe wist je waar Borz was?
Zit, Borz. Het is oké.
Ik ben op zoek naar Borz Altan.
Zit, Borz. Het is oké.
Je bent volhardend, sergeant. Borz!
Je bent volhardend, sergeant. Borz!
Hij hoeft Borz niet te vinden voor mij.