BOUWHEER in English translation

client
cliënt
klant
opdrachtgever
cližnt
afnemer
builder
bouwer
aannemer
bouwvakker
opbouwfunctie
bouwmeester
bouwheer
bouwen
orgelbouwer
bouwondernemer
owner
eigenaar
eigenares
verhuurder
bezitter
baasje
houder
developer
ontwikkelaar
maker
projectontwikkelaar
programmeur
contractor
aannemer
opdrachtnemer
contractant
opdrachtgever
huurling
loonwerker
aannemersbedrijf
loonbedrijf
uitvoerder
onderaannemer
principal
directeur
rector
opdrachtgever
hoofdsom
schoolhoofd
directrice
principaal
principe
rectrix
aangever
project manager
projectmanager
projectleider
projectbeheerder
projectverantwoordelijke
projekt manager
bouwheer

Examples of using Bouwheer in Dutch and their translations into English

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Projectontwikkelaar Wind aan de Stroom is de bouwheer.
Project developer‘Wind aan de Stroom' is the client.
wij wensen het iedere bouwheer toe.
we wish it to every client.
De architect begeleidt de bouwheer hierin.
The architect will guide the client through this process.
Architect, aannemers, bouwmeester en de bouwheer werken meestal met uiteenlopende IT-systemen.
Architects, contractors, builders and developers typically work with different IT systems.
De omkasting is steeds op maat gemaakt, in overleg met de architect en de bouwheer.
Casings are increasingly being customised in consultation with architects and clients.
De bouwheer had een duidelijke voorkeur voor een traditionele stijl.
The building owner had a clear preference for a traditional style.
De bouwheer maakt deel uit van de Arcelor Mittal groep.
The building owner is part of the Arcelor Mittal group.
De bouwheer was Victor Hostens.
The building was ordered by Victor Hostens.
Steun en advies aan de bouwheer.
Assistance and advice to contracting authorities.
Het bedrijf werkt aan de oprichting van de individuele orders voor de bouwheer.
The company is working on the creation of individual orders for the project owner.
Het interieur van het gebouw komt overeen met de vereisten van de bouwheer.
The building's interior is in keeping with the client's requirements.
Comfort en esthetiek bepalen het imago van de bouwheer.
Comfort and aesthetics determine the client's image.
De VMSW kan zelf bouwheer zijn.
The salesman may be Rock himself.
Tot slot blijft de bouwheer aansprakelijk gedurende 10 jaar na oplevering voor fouten en gebreken.
Finally, the client remains liable for errors and defects for 10 years after delivery.
De bouwheer wenst het gebouw te converteren tot hedendaags bedrijvencentrum,
The client wants to convert the building into a modern business center,
De ervaring en prestige van de bouwheer zijn waarborgen om rekening mee te houden.
The experience and prestige of the builder are guarantees that should be taken into account.
In België wordt de verhouding tussen bouwheer, aannemer en architect benoemd als de"bouwdriehoek", waarbij de architect een leidende rol opneemt.
In Belgium the relationship between the architect, the owner and the constructor is typically represented by a"construction triangle", in which the architect takes the lead.
BOUWCONTRACT Het is belangrijk om met de bouwheer een bouwcontract op te stellen voor de werkzaamheden die ze zullen uitvoeren.
It is very important to sign a contract for the works to be carried out with the builder.
U kan ook steeds in de toonzaal terecht, met de Bouwheer, investeerder, Architect.
You can always visit the showroom, with the Client, investor, architect.
Bouwheer, architect en planner is Dieter Sieger,
The owner, architect and planner is Dieter Sieger,
Results: 99, Time: 0.0632

Bouwheer in different Languages

Top dictionary queries

Dutch - English