Examples of using Bouwheer in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Projectontwikkelaar Wind aan de Stroom is de bouwheer.
wij wensen het iedere bouwheer toe.
De architect begeleidt de bouwheer hierin.
Architect, aannemers, bouwmeester en de bouwheer werken meestal met uiteenlopende IT-systemen.
De omkasting is steeds op maat gemaakt, in overleg met de architect en de bouwheer.
De bouwheer had een duidelijke voorkeur voor een traditionele stijl.
De bouwheer maakt deel uit van de Arcelor Mittal groep.
De bouwheer was Victor Hostens.
Steun en advies aan de bouwheer.
Het bedrijf werkt aan de oprichting van de individuele orders voor de bouwheer.
Het interieur van het gebouw komt overeen met de vereisten van de bouwheer.
Comfort en esthetiek bepalen het imago van de bouwheer.
De VMSW kan zelf bouwheer zijn.
Tot slot blijft de bouwheer aansprakelijk gedurende 10 jaar na oplevering voor fouten en gebreken.
De bouwheer wenst het gebouw te converteren tot hedendaags bedrijvencentrum,
De ervaring en prestige van de bouwheer zijn waarborgen om rekening mee te houden.
In België wordt de verhouding tussen bouwheer, aannemer en architect benoemd als de"bouwdriehoek", waarbij de architect een leidende rol opneemt.
BOUWCONTRACT Het is belangrijk om met de bouwheer een bouwcontract op te stellen voor de werkzaamheden die ze zullen uitvoeren.
U kan ook steeds in de toonzaal terecht, met de Bouwheer, investeerder, Architect.
Bouwheer, architect en planner is Dieter Sieger,