Examples of using Bozer in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben gewoon… bozer op mezelf.
Hij was bozer.
Kate. Ik dacht dat je bozer zou zijn.
En nog bozer toen hij jou sloeg.
Bozer, ik heb Mac en het kind gevonden.
daar werd ik alleen bozer van.
Maar ik ben nu nog bozer.
Ik dacht… dat je bozer zou zijn.
Ik zou bozer zijn.
Toen werd hij nog bozer en schopte de steen met zijn andere voet.
Bozer, herhaal precies wat ik zeg.
Ik ben alleen bozer op Coralee.
Je bent vast bozer.
Ik dacht dat ik bozer zou zijn.
De aarde word bozer.
Waarom ben jij niet bozer?
Bozer, jij gaat met mij mee.
En hij keek steeds bozer.
Hij is bozer.
Als de rechter dat interpreteert als‘niet schuldig' wordt Mladic nog bozer.