Examples of using Cecil in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat is Cecil. Hij heeft niets met het plan te maken.
Het was de schuld van Brick en Cecil.
Hij ziet zichzelf als de nieuwe Cecil B. Demille.
Gaan jullie naar Cecil?
Hij heette Cecil. Cecil.
Hij ziet zichzelf als de nieuwe Cecil B.
We gaan naar Cecil.
We gaan naar Cecil.
Ben je er nu eindelijk? Ook om Cecil.
Dit zijn vrienden van Cecil.
Het is een bibliotheekboek van Cecil.
Cecil gooit je er niet uit, hij wil ons hier hebben, zonder enige reden.
Het scenario is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk uit 1897 van de Britse auteurs Cecil Raleigh en Henry Hamilton.
het meer Wakatipu en de heuvels van Cecil Walter in de verte.
waaronder Cecil B. DeMille Award,
Er was geen plek voor'de Schildpad'. Cecil de Schildpad.
boot af komt… terwijl we hadden geplet konden worden door Lord Tubby en Cecil de Scintillating… luisterend hoe hun het hebben over hun verstopping die ze hebben.
Ik vergeef het je, Cecil.
Sorry. Ik vergeef het je, Cecil.
Ik vergeef het je, Cecil. Sorry.