Examples of using Chloe in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Chloe en ik waren getrouwd.
Chloe, toe. Je bent binnen.
Chloe en ik zien je dan.
Chloe en ik waren toen nog getrouwd.
Chloe en ik gaan een stukje lopen.
Chloe en ik zijn al drie jaar samen, het is de hoogste tijd.
Chloe en ik zijn uit elkaar.
Chloe en ik gaan een stukje lopen.
Jij moet Chloe zijn.
Er klopt iets niet, Chloe en dat weet je.
Chloe, met Cole. O'Brian.
Chloe, Adam en ik hebben gepraat.
Chloe, de verbinding is verbroken.
kan ik Chloe bellen.
bel ik Chloe wel.
Ik begrijp het niet, Chloe.
Geef Chloe een alibi, tot Jack terugbelt.
Ook Chloe Hayward staat erin, een nieuw Engels model.
Chloe, waar ben je?
Heb jij Chloe vanmorgen gesproken?