Examples of using Colson in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
toegeschreven patriciërswoning met stallingen, gebouwd in 1905, werd eerst bewoond door de familie Colson maar in 1927 verkocht aan apotheker Eugène Pelgrims.
Zoeken naar Catherine COLSON op deze website.
Elektronische boodschap aan Catherine COLSON sturen: Niet in te vullen!
Mevrouw Colson.
Hij heet Colson.
Colson. Wacht even.
We zien Colson nergens.
We zien conducteur Colson niet.
Ik ben Lily Colson.
Will Colson.- Gevonden.
De achternaam was Colson.
Ben jij colson?
Ik ben detective Colson.
Colson ging Foyet zien.
Colson kwam bij Nixon.
Lori Colson, jij kleine slet.
Ik heb Mr Colson gesproken.
Ik heb meneer Colson gesproken.
MIjn naam Is LorI Colson.
Colson was eigenlijk erg geheimzinnig.