Examples of using De bloemkool in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De bloemkool is zo goed.
Ik moet de bloemkool bereiden.
De bloemkool is goed.
Moet ik de bloemkool koken met zout en boter?
Hij slaapt in de bloemkool.- Shh!
Instructies Snijd de bloemkool in vieren.
Daarom is er nu de bloemkool pizza.
Vaak wordt het hart van de bloemkool gezien als afval.
Menigeen vraagt zich af of je de bloemkool niet teveel proeft.
Reacties op: Van kop tot staart avond in De Bloemkool.
Ik heb gehoord dat de bloemkool hemels is.
Dank je.- De bloemkool graag.
Wat? Hij slaapt in de bloemkool.
M'n favoriet is de bloemkool.
Ik neem de bloemkool.
Alles. De bloemkool.
Hij slaapt in de bloemkool.
Schil dan de aardappelen en maak de bloemkool schoon.
Schil dan de aardappelen en maak de bloemkool schoon.
Wat? Hij slaapt in de bloemkool.