Examples of using De oudste in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben nu de oudste van de divisie.
Ik ben de oudste van drie.
Ik ben de oudste, het is aan mij.
Getrouwd? De oudste is gescheiden?
Ik ben de oudste van zes broers en zussen.
De oudste en droogste woestijn is het namib in Afrika.
Alan was toch de oudste van de tweeling?
De oudste is getrouwd.
De oudste wordt in mei twintig.
Ik ben de oudste van drie.
Soms werkt de oudste, simpelste magie het beste.
Met de oudste twee, maar Kris heeft nu haar eigen appartement.
Wie is hier de oudste, jij?
Ik moet de Oudste vinden.
De oudste heeft besloten. Rustig!
Hij is de oudste van ons peloton.
En de oudste hield haar zus vast.
Tommy is de oudste van drie.
Ik was de oudste van acht kinderen.
Toen de oudste 16 werd.