Examples of using Deeks in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Deeks, ik rijd, jij schiet.
Deeks, ik ben opgegroeid op bases.
Deeks, ik rij, jij schiet.
Deeks, mijn moeder was geweldig.
En aangezien Deeks afwezig is vanwege belangrijke zaken.
Deeks, nee. Je kan het niet verbranden.
Ik wil dat het onze dag is, Deeks.
dit is mijn partner Deeks.
Ik dek je niet Deeks.
Alsjeblieft.- Wat? Deeks.
Deeks en ik zijn vroeg gaan sporten.
Hetty.-Hoe is het met Kensi en Deeks?
Ik zie Deeks, Talia en Bennett.
Geef je nu Deeks de schuld?
Waarom had Deeks een afspraak met Bates?
Waarom ontmoette Deeks Bates?
Oh mijn God Deeks, kun… Deeks.
Kensi en Deeks moeten erheen.
Ik ben het Deeks. Niet schieten.
moet hij ook van Deeks weten.