Examples of using Denton in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En Denton?
Onzin. Denton weet maar half wat we over haar weten.
Onzin. Denton weet maar half wat we over haar weten.
Zoals Denton verklaarde.
Wat won Denton daarmee?
Dat Denton een verdomde copycat is!
Dan doen jullie Denton dus.
Er was een ongevulde post voor DC Denton.
Hebben we überhaupt beelden van Denton?
kan ze niet ver van Denton zijn.
Zij is een spion van Denton.
Het is mijn woord tegen Denton.
Achter die heuvel, in de vallei, ligt het dorp Denton.
Ga terug naar het mortuarium voor 't lijk van Freddy Denton.
Ik woonde ooit in Denton.
De naam van de stad of dorp: Denton.
Natuurlijk stuurden we Denton pakjes.
We hebben Denton gezien.
Ja, voormalig adjudant Lindsay Denton.
Ten eerste heet ik Denton, Henry Denton.