Examples of using Dit been in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dan schiet je met dit been.
Dit been.
Op dit been.
Nee, dit been.
Vervloek dit been.
Gewicht op dit been.
Ik wil dit been.
Dit been is dom.
Terug op dit been.
Niet op dit been.
Wil je dit been?
Kom op. Dit been.
Zie je dit been?
Nee, op dit been.
Zet dit been neer.
Ik verlies waarschijnlijk dit been.
Nog eens op dit been.
Ik heb dit been nodig.
Zodra dit been beter is.
Ik moet dit been stretchen.