Examples of using Emily in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik kwam Emily tegen bij The Brew.
Emily, heb je hier weer opgeruimd?
Waarom zou Paige Emily drogeren als ze zo gek was op haar?
Je bedriegt Emily 'n beetje en liegt 'n beetje tegen mij.
Heb je Emily gesproken?
Emily heeft 't er vast moeilijk mee.
Emily, kom verstoppertje spelen met ons.
Emily Stoll en haar zoon Paul.
E vindt die Emily volgens mij wel leuk.
Emily Trudeau, de griffier van rechter Blakemore.
Emily, bevrijd me.
Eerder in Emily Owens M. D…-Waar kijk je naar.
Emily, wacht.
Geef me Emily of ik arresteer je.
Emily bij de boekwinkel.
Ik geef Emily een lift naar huis.
Doe Emily de groeten.
Emily, ik wil contact, alsjeblieft.
Dus Emily wint de eerste ronde.
Je bent overstuur vanwege Emily en je bent Indiaas.