Examples of using Ephram in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je hebt gelijk, Ephram.
Het spijt me, Ephram.
Gelukkig liep Ephram buiten rond.
Wil jij iets, Ephram?
Wat is er, Ephram?
Ephram, je komt te laat.
Ephram is hier met een meisje.
Ephram, wat doe jij hier?
Ja, maar Ephram belt niemand.
Ephram, wat vind je hiervan?
Kom je bij ons zitten, Ephram?
Wind je niet op, Ephram Yoder.
Ephram praat ook niet meer tegen mij.
Dat is een goed idee, Ephram.
Ik was vanmorgen in Ephram Yoders winkel.
Ephram gaat me helpen met leren voor geschiedenis.
Julia's zoon Ephram zal nu voorgaan in de kaddisj.
Nou, je bent beter dan ik ben, Ephram Brown.
Ik probeer te doen wat goed is voor Ephram.
Weet je, Ephram, als je de ware leert kennen.