Examples of using Flirt in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij flirt met iedereen.
Flirt Walk wordt donkerder.
Dido. Je bent een flirt met hem niet te zijn.
De nacht van de flirt.
Maar het was maar een flirt voor hem.
Ontmoet Zwarte Singles in Gent voor een Leuke Flirt!
Die flirt ook met alles wat beweegt.
Ik flirt ook met hem.
Ze lacht en flirt met de D.J.
Hij flirt met haar.
Flirt Walk.
Ik had een flirt met hem.
Perfect voor een flirt.
Ontmoet Zwarte Singles in Liège voor een Leuke Flirt!
Je misleid weinig flirt.
Je flirt schaamteloos.
Flirt maar met een gestoorde vrouw.
Waarom flirt jij met mijn vriendin?
BRIGHT flirt met het bijna-duister en scherpt je zintuigen aan.
Een beetje onschuldige flirt en mijn Alfredo krijgt dat ambassadeurschap.