Examples of using Goodfellow in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Getrouwe Goodfellow!
Goodfellow, open cel twee.
Ik heb Goodfellow neergeschoten.
Brigadier Goodfellow is daar.
Kom mee, Goodfellow!
En jij, Goodfellow?
Dank u, Eerwaarde Goodfellow.
Simon Goodfellow: diefstal!
Dank u, brigadier Goodfellow.
Pargeter en Nesta Goodfellow?
Goodfellow, zet hem harder.
Zie je straks, Goodfellow.
Sergeant Goodfellow, zet hem af!
Alles goed, Mrs. Goodfellow?
Je moet omdraaien, Goodfellow. Nee.
Diefstal. Simon Goodfellow.
Nog geen woord van Stanley Goodfellow.
Je moet omdraaien, Goodfellow. Nee.
Ik gaf Goodfellow net een standje.
Hier wonen Nesta en Stanley Goodfellow.