Examples of using Hobo in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij speelt hobo.
Een haarloze hobo.
Ze speelt zelfs de hobo.
Heather, je bent gebeten door een hobo spin.
Ik bespeel de hobo.
Ik snap het niet. Hobo chic?
Ik speelde vroeger hobo.
Iedereen in voor een hobo avontuur?
Ik versterk de achtergrond. Dat is Michael die hobo speelt.
Ik interview zwervers voor de Hobo Times.
Ik had een groepsles hobo.
In 1995 werd Kouwenhoven hoofdvakdocent Hobo aan het Conservatorium van Groningen.
De hobo wordt met een dubbelriet aangeblazen.
Het verblijf in Hobo was geweldig!
Judith speelt hobo en heeft laatst opgetreden in het Concertgebouw.
Jij speelde hobo bij haar laatste galavoorstelling.
De hobo speelt een centrale rol in deze muziek.
Hij is tevens docent hobo aan het Conservatorium van Lausanne.
Hobo en klarinet drukken het romantische verlangen uit naar het onbereikbare.
Hobo. Vanaf het begin, alstublieft.